Bobeldijk in vogelvlucht

Gedicht door Pieter Nobel (1868-1953)

Bobeldijk in Vogelvlucht
‘k Begin U dan met te vermelden
toen Bobeldijk nog achttien huizen telde,
dat de weg nog was een weg van klei
met een heel smalle berm opzij.
‘t Was toen dat Pieter Nobel in de herfst zijn boerenwagen uit elkander nam
en in ‘t voorjaar het ding weer in stukken beneden kwam.
In de winter  ging hij met boter en eieren aan het juk
door poelen en plassen naar Hoorn op goed geluk.
Toen stonden er drie molens der Westerkogge aan de dijk
en ,s winters was er in ‘t Oostend geen land meer te kijk;
dan reed je op schaatsen zoo dwars weg naar Hoorn
‘t was een en al ijs,’t zij van zchter of van voren.
‘s Zomers ging van Spierdijk door de Kattebrug de Snip,
en algedurig kon je hooren–‘boer haal op je wip’
Dan kwam van Berkhout de bakker met de schuit
en zette bij Piet Aalten het brood eruit.
Eens in de week ging hij de klanten rond
Had je niet genoeg–dan wist je dat er bij Piet Aalten nog wat stond.
‘s Winters had je preek bij Piet Aalten in de schuur
Twee uur had je preek voor twee centen, was dat duur?
‘t Kerstfeest had je in de koegang van Teunis Clay
Wij kinderen gingen met ons Ouders er allemaal bij.
Wij zongen dan versjes, en een Heer die vertelde
wat het Kerstfeest betekent en wat de schrift vermeldde,
daarna werd koek en chocolademelk uitgedeeld
en daarna  de prijzen der kerstboom rondgedeeld.
Toen kwamen op de weg in ‘t midden allemaal steenen
en twee lagen boomen erlangs heenen.
en nog later dat Arie Nieuwpoort een winkel zette
dat was een gebeurtenis waar ieder op lette.
We hadden soms kermis met geen enkele kraam
dan was het Willem Keizer die hulp bracht aan.
Maar of het toeval was–ofdat de kraam was zwak
de wind werd storm en de heele kraam brak.
Dan had je in de winter ook al een zangers rondje
een ieder op zijn beurt voor ‘t bordje en dan stond je
een Gezang of Palmvers te zingen,
maar op boete–geen nieuwerwetsche dingen.
De boeten gingen dan gezamenlijk in de pot,
die maakten ze thuis en niet in Arnhem of Nimwegen op.
In ‘t voorjaar zag je altijd in drie ploegen delven,
‘t Zag in het Oostend soms zwartig van de schelven.
Manke Jaap stond vast met ijs in de tent
daar kochten we heete melk voor twee cent
Toen hadden we geen ijsclub of loodrechte banen
geen brongas of bordjes met gevaarlijke namen.
Pieter Nobel. 1868-1953
Huisnummer van P.Aalten is thans 41, de boerderij van T.Clay is nu
no.40 T.Clay overleed in 1887

Bron: Uit de Historie van Berkhout.

Dit vind je misschien ook leuk...

1 reactie

  1. annet Staal schreef:

    Wat ontzettend leuk, dit oude gedicht. Ik zie het helemaal voor me. Frank, bedankt voor al je inspanningen die je doet voor de site van Bobeldijk.

    groeten Annet

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.